Weeskrant

PAULETTE VERBIST, vice-voorzitter gebiedscommissie Kralingen-Crooswijk

Paulette Verbist (1958) woont in Nieuw Crooswijk en is sinds april 2014 namens de PvdA vice-voorzitter van de gebiedscommissie Kralingen-Crooswijk. Zij wil kansen voor de mensen in haar gebied centraal stellen. Ziet Rotterdam als de emancipatiemotor van Nederland; de motor van een sociale samenleving. Op basis van gelijkwaardigheid èn verantwoording nemen, maar waar niemand door de bodem zakt. Weesbeeld.nl sprak met haar over participatie, tegenprestatie en eigen initiatief versus de overheid.

 

‘Ik vind dat de politiek, niet zozeer als politieke partij, maar wel als stadsbestuur een verantwoordelijkheid heeft en niet alles moet afschuiven op de inwoner.’

 

De bewoner is aan zet.

In het verleden is er veel beeldende kunst aangekocht, waardoor eigenaarschap is ontstaan; dat eigenaarschap kun je niet negeren. Als overheid moet je dan de verantwoordelijkheid nemen om dat eigenaarschap goed uit te voeren. De overheid kan daarin een faciliterende rol spelen en de burger de mogelijkheid en kans te geven het eigenaarschap op zich te nemen.’

Beelden tussen wal en schip versus de weesbeelden.

‘Ik denk dat dat heel interessant is. Zeker als het gaat om werken die echt van waarde blijken te zijn voor bewoners die wellicht ook te maken hebben met zo’n beeld vanuit hun achtergrond, die achtergrond kan filosofisch, religieus, politiek of gebiedsgericht zijn. Als je met kennis van zo’n werk de boer op gaat naar mensen van wie je zou kunnen verwachten dat die zich daarmee verbonden voelen, dan zou het mogelijk zou kunnen zijn om zo’n werk een nieuwe plek te geven. Dat zou wat mij betreft het meest voor de hand liggend zijn. Er zijn natuurlijk ook alternatieven denkbaar; ik heb destijds ook het Kralingse Bos genoemd. Je kunt dat zien als voorbeeld, maar ook als een concrete wens: wat zou het fijn zijn als er in het Kralingse Bos ook kunst en cultuur te zien was. Het zou een voorbeeld kunnen zijn voor meer parken en natuurgebieden, waarom doen we dat eigenlijk niet? Verder denk ik dat het ook heel interessant kan zijn om de stad zelf te gaan bekijken: in welke wijken of buurten ontbreekt kunst helemaal? En komen bewoners er dus ook niet mee in aanraking. En zou het mogelijk zijn om op basis van wensen en gesprekken met die bewoners te kijken of je een link kunt creëren met een werk wat ergens anders te verloederen staat? Een omgekeerde redenering dus: niet vanuit het kunstwerk, maar vanuit de buurten.’

Mensen die verstoken zijn van kunst, blijven dat ook, omdat er in hun ogen niks gebeurt.

‘Precies, terwijl als je mensen weet te motiveren door ze iets te laten zien, bijvoorbeeld met een excursie naar een andere wijk, kunnen ze geïnspireerd raken. En denken van: ‘Hee, nu ik dit zie, weet ik ook wel een mooie plek, dat zou bij ons ook kunnen.‘ Dat je dan mensen op weg helpt in hun wijk of buurt iets neer te gaan zetten wat uit een weesbeeldencollectie zou kunnen komen. In wijken zijn er diverse partijen denkbaar die dat zouden kunnen doen: bijvoorbeeld de gebiedscommissies. De leden daarvan wonen ook allemaal in de wijken en hebben hun grote netwerken. Wij constateren ook dat er steeds meer bewonersorganisaties komen (Lusthofkwartier en Struisenburg, red.). Struisenburg is een gebied waarin helemaal geen kunst voorkomt. Ook bij hen kun je die vraag neerleggen.’

 

 

 

Maar wij zijn dus nu verantwoordelijk voor die steen, voor het onderhoud ervan. Dat betekent niet dat we ‘m zelf moeten schoonmaken, maar wel dat we bij dodenherdenking ervoor moeten zorgen dat die plek er netjes uitziet. En dat betekent ook dat we vanuit onze positie opdracht kunnen geven aan Gemeentewerken om bijvoorbeeld het gras te maaien, de heg te knippen. Dat kan uit het budget van de gebiedscommissie (representatiemiddelen, red). Dus het is nog steeds gemeentebudget, alleen de organisatie gebeurt niet meer door ambtenaren, maar door burgers.’

 

 

Wat levert het op?

‘Saamhorigheid! De school die erbij betrokken was was heel enthousiast. Die zeiden: ‘We vonden het zo’n goede ervaring voor de kinderen, we gaan het monument adopteren’. Ik ben er achter gekomen sinds ik dit werk doe: mensen houden heel erg van hun buurt, van andere belangrijke plekken in de stad waar ze vroeger een verbinding mee hebben gehad, ouders, school, dat gaat heel diep. Crooswijk was vroeger een industriewijk: Heineken, Jamin, slachthuis, veemarkt, van die laatste drie staat er dus iets dat verwijst naar de oorspronkelijke bestemming van het gebied, dat vinden bewoners echt leuk.’

Wie gaat dit regelen?

Nou, met de cultuurscouts gebeurt dat natuurlijk al voor een deel. Die pikken dat signaal (hulpvraag red.) op, gaan ermee aan de slag en kijken hoe ver ze kunnen komen.’

 

 

“Ten tijde van de deelgemeenten hebben we daar ook wel mee geëxperimenteerd: er is toen op het Goudseplein een monumentje voor Jamin geplaatst. Dat was een bewonersinitiatief als eerbetoon aan de Jaminfabriek die daar ooit in de buurt stond (Hugo de Grootstraat, red). Mede dankzij het CBK is dat heel goed verlopen, maar toen hebben we met het bewonersgroepje wel een afspraak gemaakt: jullie zijn de komende 5 jaar verantwoordelijk voor het onderhoud, wij geven daar een eenmalige bijdrage voor, maar meer doen we niet. In het budget is geld voor onderhoud opgenomen, maar jullie zullen op gegeven moment wel moeten aantonen wat ermee gedaan is.”