WILLEM BEEKHUIZEN, interview met zelfstandig opbouwwerker

Willem-Beekhuizen-kleurWillem Beekhuizen is van huis uit opbouwwerker, vooral in Rotterdam-West. Sinds enige tijd doet hij dat als zelfstandig ondernemer in sociale ontmoetingen. Met Beekhuizen Bindt organiseert hij Bijzondere Ontmoetingen: workshops en groepsgesprekken die verrassende resultaten opleveren. Gezien Willems jarenlange ervaringen met wat er speelt in de wijk wilde Weesbeeld.nl wel eens weten wat hij vindt van de al dan niet aanwezige band tussen bewoners en openbare kunst en activiteiten. Maar ook hoe hij denkt over de snel veranderende maatschappij: een toekomst waarin steeds meer mensen moeten gaan nadenken over een andere invulling van tijd, werk en inkomen. Wij zien uiteraard graag dat mensen zelf gaan zorgen voor een kunstwerk. Is dat realistisch?  Een idee als het basisinkomen is dat voorlopig ook niet. Maar ook daarvoor gaan steeds meer stemmen op, dus wie weet?

 

at nu realiteit geworden is hadden we een paar jaar geleden ook niet kunnen bedenken. Maar laten we eerst maar eens kijken naar wat nu kan. Wat kan helpen is eerst zoveel mogelijk ideeën vergaren en daarna pas kijken of die reëel zijn of niet en hoe we ze gaan uitvoeren. Ik merk in mijn eigen werk dat als je nu al gaat zeggen: ja dat moet je eigenlijk niet zo, maar zo doen, dan sluit je de helft van de mogelijkheden uit omdat die toch niet kunnen.‘

 

Kan kunst een rol spelen?

Ik zie wel valkuilen. Een voorbeeld: We hebben aan de Maas in de wijk Schiemond een kunstwerk met scheepjes staan. Dat is ontwikkeld vanuit een bewonersinitiatief in samenwerking met de kunstenaar Florentijn Hofman. Als je goed kijkt zijn het vijf losse scheepjes die naast elkaar liggen. De bedoeling van het bewonersinitiatief was om op de kop van iedere flat zo’n scheepje te plaatsen, zo ging het vroeger namelijk ook op een scheepswerf. De scheepjes stonden symbool voor de straatnamen en zouden fungeren als communicatiebron tussen de bewoners. Je kon er bijvoorbeeld een muurkrant van maken. Door deze betrokkenheid en eigendomsdeling ontstond er een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waardoor de bewoners zorg zouden dragen voor het kunstwerk. Als er dan iemand aan kwam werd er gezegd: ‘Hee blijf van mijn bootje’. Tot daar ging het allemaal goed. De scheepjes werden gemaakt en geleverd. Er kwam een grote oplegger en die plaatste de bootjes netjes waar ze nu staan (vijf stuks op een rij). De bewoners dachten: ‘Ze zijn afgeleverd en ze worden nu op hun plaats gereden.’ Fout, want er stond in de kleine lettertjes dat het kunstwerk er zo uit zag. Het geheim van de kunstenaar; ze bleven daar staan. Toen hadden de bewoners zoiets van: ‘Dan hoef ik er niet op te zetten wat mijn straatnaam betekent, want mijn straat zit helemaal aan de andere kant van de wijk. Dit was niet ons idee.’ En ‘plof’, alle betrokkenheid was ineens verdwenen.‘

 

Bootjes-Schiemond-01

De opbouw van de 5 papieren bootjes. Bron: http://trendbeheer.com/2010/06/30/de-opbouw-van-de-5-papieren-bootjes/

 

Ooit voeren honderden boten langs de kade in Schiemond, maar die bedrijvigheid is in de loop der jaren nagenoeg verdwenen. Intussen is de kade opgeknapt tot boulevard, waarbij het aangrenzende weidse water opnieuw een uitgelezen plek lijkt om aan te meren. Om de oude havengeschiedenis te herdenken heeft de deelgemeente Delfshaven het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam benaderd, dat op haar beurt de Rotterdamse kunstenaar Florentijn Hofman vroeg. Hofman heeft vaker grote en brutale ingrepen in de openbare ruimte gemaakt. Voor Schiemond ontwierp hij vijf papieren vouwbootjes die manshoog in kleurrijk staal zijn uitgevoerd. Ze zijn op de kade geplaatst alsof een kind fantaseerde bij dat water en die fantasie als door iets magisch materialiseerde.

Op 30 juni 2010 werden de bootjes onthuld aan de Bartel Wiltonkade.
 De vijf boten van Florentijn Hofman zijn gemaakt in de voormalige Verolmewerf. Alleen hun vorm herinnert aan de bekende vouwbootjes. Het materiaal is hetzelfde staal waar ook echte schepen van gemaakt worden. De boten staan op de Bartel Wiltonkade, nog op de bok en als het ware klaar voor het ruime sop. Ze staan er zoals in het verleden honderden boten te water zijn gelaten toen deze plek nog dé Rotterdamse haven was.

 

Hoe is dat zo scheef gelopen?

‘Communicatie. Een kunstenaar is een verhaal apart; een wereld apart. Als je die wereld niet verstaat is wordt het al lastig. Ook heeft een kunstenaar zijn eigen tak van sport en dat raakt in taalgebruik niet altijd de wereld van de bewoner. Alle uitersten hebben geen contact met elkaar. Dat moet je dus zien te monitoren als je het wil oplossen.
Ondanks dat dit is gebeurd is er wel een bewonersgroep bezig geweest geld te verzamelen om die scheepjes toch uit elkaar te trekken en ze op de koppen van de straat te zetten. Maar dat kost kapitalen. Los van het feit dat je een kunstwerk uit elkaar haalt. Want die scheepjes bij elkaar is het kunstwerk. Je moet gaan praten met de kunstenaar en loopt tegen regels en wetten aan. De bewoners hebben zoiets van toedeledoki; we moeten overleven en daar hoort dit niet tussen.
Een ander voorbeeld: als straat kun je een vuilcontainer adopteren. In een aantal wijken in Rotterdam wordt een pilot gedraaid. Voorloper zijn een aantal geschilderde bovengrondse vuilcontainers. Op de Heemraadssingel staan er nog een paar. En dat is door bewoners gedaan, samen met een kunstenaar. Als je dat niet goed inbedt komt het onderhoudsbedrijf van die containers langs en die mensen denken: ‘Hee, die is aan onderhoud toe’, laden hem op en zetten er weer een nieuwe neer. Dan komt de eigenaar: mist zijn container, gaat bellen met – bijvoorbeeld – de Roteb:
‘Waar is dat ding?’
‘Ja, die staat in onderhoud.’
‘Maar waar is hij dan?
‘Weet ik niet.’
‘Krijgen we hem nog terug?’
‘Ja, misschien wel. Maar misschien ook niet, boeit mij dat.’
En wederom ‘plof’, weer is alle energie die erin is gegaan weg. Het is maar een beschilderde vuilcontainer, maar er zit een verhaal achter. Een emotie die ontstaan is. Het is belangrijk die te respecteren. Als je zo omgaat met andermans eigendom… Als je buiten komt en ziet dat er iemand tegen je auto aan pist word je ook boos.‘

 

Mensen verder laten kijken dan hun neus lang is, als wij het zo bot mogen zeggen.

‘Wat je nodig hebt is een constante factor. Die als een soort paraplu erboven hangt en in de gaten houdt dat trajecten blijven bestaan.

 

Je kunt dat niet verwachten van de mensen zelf blijkbaar?

‘Dat is moeilijk, omdat in dit gebied van Rotterdam veel mensen aan het overleven zijn. Dat die lantaarnpaal gesloopt wordt, jammer dan, als ik maar te eten heb vanavond.’

 

Terugkomend op het verhaal van de scheepjes: zou het dan niet mooi zijn dat mensen, die aan het overleven zijn, daar als collectief zijnde ook iets mee kunnen verdienen? Door bijvoorbeeld om die bootjes heen activiteiten te organiseren? En daar als bijvoorbeeld een coöperatie werk en inkomsten uit halen?

‘Het is helemaal niet zo moeilijk om dat te bereiken. Want in Schiemond is de boulevard waar de scheepjes staan ook het evenemententerrein waar bewoners initiatieven organiseren. Dus om die relatie van betrokkenheid naar bewoners tot stand te brengen is daar niet zo vreemd gedacht. Dat is zelfs vrij realistisch. Alleen: wie is de constante factor? Vroeger was daar de opbouwwerker voor. Die heeft de Gemeente Rotterdam wegbezuinigd. Daar zijn ze van geschrokken want als je kijkt naar de nieuwe plannen voor het welzijn van 2016 dan staat er een nieuwe persoon en die heet dan de sociaal makelaar. Een moderne term voor opbouwwerker. We komen wel weer terug maar in een heel ander jasje, binnen een strakke opdracht. Of dit soort ideeën erin passen is maar de vraag. En ik vind het jammer want dat is de kracht van het opbouwwerken eigenlijk: te reageren op wat er nu gebeurt. En niet op wat een jaar geleden in een programmaboekje is geschreven. Een actualiteit vraagt nu om een invulling en dan moet je deze ook nu oppakken en niet zeggen: ik zal zorgen dat hij volgend jaar in het programma staat.

 

Bootjes-Schiemond-01-1000-px


De opbouwwerker kan zelf heel goed beoordelen wat er leeft.

In mijn laatste jaren in het opbouwwerk hebben we het over stedelijke methodieken gehad. Die waren van a tot z beschreven:
‘De bewoner gaat nu rechtdoor, oh nee, we gaan toch even links want er staat een paal in de weg.’
‘Je moet rechtdoor.’
‘Maar dat werkt niet, dat staat er!’
‘We gaan gewoon rechtdoor’
En dan knalt dat hele boeltje tegen die paal op en dan zeggen ze: ‘Had je dat niet gezien dan?’ Als ik niet naar links ga ga ik naar rechts, als ik maar bij het einde terecht kom, want dat is het doel dat we samen gesteld hebben. En dat boeit me echt niet of dat nou een dag langer duurt, als we het maar kunnen doen samen.’

 

Is er een soort van onderliggende structuur of stappenplan mogelijk hoe je mensen bij elkaar brengt en hoe je zorgt dat het vertrouwen blijft? Hoe organiseer je dat?

Wat belangrijk is in mijn werk is dat ik niet van bovenaf ga vertellen wat mensen leuk vinden: ‘Jij gaat nu wat doen met dat kunstwerk.’ - ‘Hoezo?’
Maar als je van onderaf kijkt, waar staan die kunstwerken, wat is de relatie met de omgeving, is die er, hoe ziet die eruit, wie zijn erbij betrokken en dan voel je wel: ok, dan is dat mijn ingang. En dat gaat dan niet om het kunstwerk maar om de toegankelijkheid van het kunstwerk. Er staat wel een kunstwerk maar iedereen moppert erover dat je er niet kunt komen met een rollator. Dan gaan we dus zorgen dat we er met een rollator naar toe kunnen. Dit heeft nog niks met het kunstwerk te maken, maar heeft te maken met de positie van het kunstwerk in die samenleving. Dan kun je dat kunstwerk wel helemaal op gaan poetsen maar als er niemand kan komen dan staat er een mooi gepoetst kunstwerk voor Jan Doedel. Dus je moet van onderaf gaan zoeken. Waar zit de ingang, waar raak ik mensen? De kans is groot dat je dingen tegenkomt; je haalt het weg zonder dat iemand het nog merkt. Maar als je die toegang met de rollator eerst had opgeknapt hadden de mensen er gebruik van gemaakt.‘

 

Ik denk een beetje analoog aan muziek: als je heel goed viool kunt spelen ga je naar het conservatorium, en sta je op een gegeven moment een concert te spelen in Amsterdam voor een groot publiek. Maar je kunt ook op de Lijnbaan zitten met je gitaar.

‘We hebben hier dat podium in het park, op 4 juli proberen we weer een presentatie te geven van veel culturen uit Delfshaven. Je kan Lee Towers wel inhuren, die kost 30.000 euro, morgen weet niemand dat meer, maar als je buurjongetje daar staat te spelen, daar praat iedereen nog over. Dus laat Lee Towers lekker thuis zitten en kijk wat er in je eigen omgeving zit. En haal dat naar voren. Zet dat neer en wat je dan ziet: het zijn gewoon leerlingen van de basisschool.’

 

Misschien een handreiking mee willen geven met daarin beschreven wat anderen op kunnen pakken?

‘Jaren geleden heb ik een gebruiksaanwijzing voor een eigen bewonersinitiatief geschreven. En dat was niet omdat ik wist hoe het moest en zij niet, maar om gewoon te helpen bij het organiseren van een straatevenement. Dat was een soort draaiboek dat niet ingevuld was. Stap voor stap ging je naar je initiatief toe. Vragen als: hoe vraag je bijvoorbeeld een vergunning aan? En zo ging je stap voor stap door een draaiboek heen. En als je het helemaal had ingevuld had je een mooi draaiboek, kon je zo oppakken en uitvoeren.’

 

We zouden dat zelfs online kunnen doen?

‘Nee, het moet tastbaar zijn zodat ze er zelfs in kunnen schrijven. De helft van de wijkbewoners heeft maar toegang tot internet. Niet omdat ze het niet kunnen betalen maar omdat het hen totaal niet interesseert. Die hebben een heel andere belevingswereld. Dan kun je hard roepen: ‘Je moet met de tijd mee gaan’, maar dat is wel een signaal dat je dan een bepaalde bron mist. Met wiens tijd ga je mee? (Voorbeeld van straatevenement, foto.) Dit is wat er gebeurt, mensen zijn trots op wat ze voor elkaar hebben gekookt. Het enige wat we gedaan hebben is faciliteren. Een tafel neergezet, kleedje erop enz. En alle culturen bij elkaar. En dat is gewoon omdat je mensen aanspreekt op hun gevoel, hun ziel. En niet gaat zeggen: ‘Jij moet nu een dansje doen.’ Want dat doen ze echt niet, die tijd hebben we gehad.’

Bootjes-Schiemond-02


facebooktwitterfacebooktwitter

Weesbeeld.nl