Sociale machinerie

frommErich Fromm (1900-1980) was een Duits/Amerikaanse psycholoog en filosoof. Hij definieerde karakter als hoe de menselijke energie wordt gestuurd in het  verkrijgen van materiële zaken en de omgang met andere mensen. Volgens Fromm is een mate van spontaniteit noodzakelijk om geestelijk gezond en gelukkig te zijn. Spontaniteit is het vermogen van iemand om vrij en onafhankelijk zijn krachten te gebruiken om zijn inherente potentie te verwezenlijken zonder chronische angst of dwang door een autoriteit. Bij het handelen moet niet alleen het doel bereikt worden, ook het proces zelf dient men te waarderen. Fromm beschrijft liefde als activiteit, arbeid, het ontwikkelen van een kunst of kunde, als een functie van het leven, die je je eigen moet maken, en dat gaat niet vanzelf. Liefde, zoals hij die beschrijft, is een antwoord, is een heel diep zittende behoefte in ieder mens, een behoefte waarvan vele mensen zich maar nauwelijks of helemaal niet bewust zijn. En die behoefte is in onze tijd groter dan ooit.  Wat is die behoefte? De behoefte aan tussenmenselijke binding, aan ver-eniging (één worden) met je medemensen. Maar dan op een manier die recht doet aan twee dingen die ogenschijnlijk met elkaar in strijd zijn: enerzijds het biologische gegeven dat geen enkel mens helemaal alleen kan leven, anderzijds de groeiende individualisering in onze samenleving. 'Iedereen wil zichzelf zijn, maar toch niet alleen zijn'. Het tot stand brengen van die tussenmenselijke ver-eniging, dàt is liefde à la Fromm. Fromm waarschuwt dat het vermogen tot liefhebben vooral niet verward mag worden met de wens om bemind te worden. Die wens zit heel diep gebakken in ons allemaal, maar de vervulling van die wens alléén is niet genoeg om ons psychologisch isolement te doorbreken, leidt niet tot die tussenmenselijke ver—eniging. Weesbeeld.nl las zijn boek Liefhebben, een kunst, een kunde uit 1956. Hieronder enige citaten daaruit.

 

 

'Het kapitaal beschikt over de arbeid, samengegaarde dode dingen hebben een hogere waarde dan het arbeidsvermogen van levende mensen. Vanaf zijn eerste ontwikkeling is dit de fundamentele structuur van het kapitalisme geweest. Maar hoewel zij nog steeds kenmerkend is voor het moderne kapitalisme, zijn een aantal factoren veranderd. Deze veranderingen bepalen het speciale karakter van het kapitalisme in onze tijd. Zij hebben een diepgaande invloed op de persoonlijkheidsstructuur van de moderne mens. De moderne kapitalistische ontwikkeling heeft zich voltrokken in een proces van steeds toenemende centralisatie en kapitaalconcentratie. De grote ondernemingen nemen ononderbroken in omvang toe, kleinere ondernemingen worden verdrongen. Met alle voor- en nadelen is, zowel bij het kapitaal als bij de arbeid, het initiatief verlegd van het individu naar de bureaucratie. Een toenemend aantal mensen verliezen hun onafhankelijkheid van de heersers in de grote economische machtsgebieden.'

'Deze kapitaalconcentratie heeft eveneens tot gevolg dat de bijzondere manier, waarop de arbeid wordt georganiseerd, tot een beslissend kenmerk van het moderne kapitalisme is geworden. De mens telt slechts mee van negen uur 's morgens tot vijf uur in de namiddag. Zij allen verrichten hun taak, zoals deze is voorgeschreven door de totale organisatie-structuur, met een voorgeschreven snelheid en op een voorgeschreven wijze. Zelfs de gevoelsuitingen worden voorgeschreven: opgeruimdheid, verdraagzaamheid, betrouwbaarheid, toewijding en het vermogen om gemakkelijk met iedereen te kunnen omgaan. De rest is even eenvormig: het zondagse autotochtje, de televisie, de kaartavond, de visite. Van de geboorte tot aan de dood, van maandag tot maandag, van de morgen tot aan de avond, zijn alle bezigheden in één sleur gevangen, geprefabriceerd.'

'Doordat in de zeer omvangrijke gecentraliseerde ondernemingen een vergaande arbeidsindeling wordt toegepast, verliest het individu bij deze arbeidsorganisatie zijn individualiteit. Hij wordt tot een vervangbaar radertje in de machine. Wij kunnen het menselijk probleem van het moderne kapitalisme als volgt formuleren: Het moderne kapitalisme heeft behoefte aan mensen die makkelijk en vlot in grote aantallen samenwerken; mensen die steeds weer wensen te consumeren; wier smaken worden gestandaardiseerd, gemakkelijk kunnen worden beïnvloed en vooruit kunnen worden bepaald. Het heeft behoefte aan mensen die zich vrij en onafhankelijk voelen, die zich niet onderworpen wanen aan enigerlei autoriteit, enigerlei beginsel of aan hun geweten - en die toch bereid zijn zich te laten bevelen, om te doen wat van hen wordt verwacht, die geschikt zijn om zonder haperen te functioneren in de sociale machinerie; die zonder gebruik van geweld kunnen worden gedirigeerd, die zonder leiders kunnen worden geleid; die zich laten aansporen zonder dat zij zich een doel stellen, behalve dan dit ene doel: succes te hebben, in beweging te zijn, te functioneren, vooruit te komen.'

'Wat is het resultaat? De moderne mens raakt vervreemd van zichzelf, van zijn medemens en van zijn natuur. Hij is tot koopwaar geworden, zijn levenskracht, zijn vermogens beschouwt hij als zijn kapitaal, dat hij zo voordelig mogelijk moet trachten te investeren bij de bestaande marktverhoudingen. Menselijke verhoudingen zijn in wezen de onderlinge relaties van automatisch reagerende vreemdelingen voor elkander. Terwijl ieder poogt zo dicht mogelijk bij de rest te blijven, blijft elk tenslotte alleen. Onze beschaving biedt tal van lapmiddelen, waardoor in de mens verdoofd wordt, zodat dit gevoel van eenzaamheid niet doordringt tot zijn bewustzijn. In de eerste plaats werkt de routine van het gebureaucratiseerde en mechanische werk verdovend. Dit helpt de mens, doordat het hem belemmert zich bewust te worden van zijn fundamenteelste menselijke behoeften, van zijn verlangens naar transcendentie en naar eenheid. In zoverre als deze routine nog onvoldoende resultaat afwerpt, stilt de mens zijn onbewuste wanhoop in de tredmolen van het amusement, in het lijdelijk consumeren van geluiden en van beelden welke hem worden voorgeschoteld door de amusementsindustrie. Bovendien wordt hem de voldoening gegeven steeds weer nieuwe dingen te kunnen kopen en deze weer ten spoedigst in te ruilen voor andere. De moderne mens lijkt al heel sterk op het beeld dat Aldous Huxley heeft ontworpen in 'Soma paradijs (Brave new world)': goed gevoed, goed gekleed, seksueel bevredigd, maar zonder 'zelf', zonder enig diepergaand contact met zijn medemensen, gedirigeerd door slagzinnen, door leuzen.'

Voor zover de liefde betreft, sluit de situatie noodzakelijkerwijze volledig aan bij dit sociale karakter van de moderne mens. Automaten kunnen niet liefhebben.

Moet een mens, die aldus verstrikt is in een net van routinedwang, niet vergeten dat hij mens is, een uniek individu, aan wie slecht éénmaal de kans tot leven wordt geboden, een mens met zijn hoop, zijn verwachtingen en zijn teleurstellingen, met zijn zorgen en zijn vrees, met zijn verlangen naar liefde en leven onder bedreiging van het niets en van de eenzaamheid?

Uit: Liefhebben, een kunst, een kunde - Erich Fromm - 1956

 

 


facebooktwitterfacebooktwitter

Weesbeeld.nl