KAMIEL VERSCHUREN, beeldend kunstenaar in Rotterdam-Charlois

Kamiel_Verschuren2-Weesbeeld.nlKamiel Verschuren is kunstenaar en woont en werkt in Rotterdam-Charlois. Zijn werk richt zich op het onderzoeken en uitbreiden van het concept en de existentiële ervaring van ruimte. Daarbij gebruikt hij alle mogelijke middelen, zoals tekeningen, fotografie, (grafisch) ontwerpen, sculpturen, tekst- en geluidsinstallaties, architectonische projecten en publieke evenementen. Kamiel maakte de beeldentuin ‘De Schouwplaats’, een kunstwerk in het Rotterdamse Zuiderpark, dat hij heeft gemaakt met beelden die verweesd waren. Deze sculpturen, wand- en gevelplastieken stonden ooit op de Groote Schouwburg van architect Sybold van Ravesteyn aan het Rotterdamse Zuidplein, maar werden er in de jaren zeventig af gesloopt. Verschuren vond ze in de jaren negentig op een gemeentelijk depot. Hij maakte een eerbetoon: de restanten van de beelden liggen nu als grafstenen in het park. Weesbeeld.nl treft Kamiel in zijn grote werkruimte, welke ooit onderdeel uitmaakte van een schoolgebouw. Tijdens het koffiezetten begint het gesprek al.

WeesLetterHoe was het om met gebruikte kunst nieuw werk te maken?

‘De historische transformatie naar ruïne-achtige sculpturen maakte het interessant. Ik hoefde geen rekening te houden met de betekenis van de plastieken omdat ze niet meer toebehoorde aan zijn context, het gebouw. In die zin is het dus niet meer dan materiaal; plastieken met een historische waarde die niet meer functioneert. Ik heb ze niet hersteld maar zo gelaten. En in mijn werk neergelegd zoals ik ze vond. De Schouwburg werd destijds gerenoveerd. Na de renovatie was het de bedoeling dat de beelden werden teruggeplaatst, maar dat gebeurde niet. Niemand wou ze hebben. Ze hebben heel lang in een depot in Dordrecht gelegen tot een ambtenaar uit Rotterdam ze terug heeft laten brengen naar de stad. Zo is alles begonnen. Nu is het zelfs zo dat De Schouwplaats een soort rest-beeld dreigt te worden. Het werk is geplaatst net op het moment dat de deelgemeenten werden opgeheven. Blijkbaar is de overdracht naar de gemeente formeel niet gemaakt, of zij wil deze verantwoordelijkheid niet nemen waardoor het nu onduidelijk is wie de eigenaar is.’

 

Hoe is dat voor jou?

'Onhandig natuurlijk, want het werk is onderhevig aan publieksschade. Ik kan het wel repareren, dat is geen punt. Alleen is het een afweging: ga ik het op prive-basis repareren en het werk in leven houden of laat je het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel van het openbaar bestuur zien? Het beeld wordt dan een beeld dat iets zegt over de stand van zaken in de maatschappij waarin de overheid zich steeds minder verantwoordelijk lijkt te willen maken voor het publieke domein. Een rare situatie, want het werk is een paar jaar geleden opgeleverd en nu lijkt het ineens vogelvrij te zijn. Zo probeer ik ook al een aantal jaar een stroompunt op het elektriciteitsnet aan te laten sluiten. Maar zonder eigenaar kan er geen overeenkomst worden gesloten. Wie neemt de afname van de stroom op zich? Een andere optie is het werk op Marktplaats aanbieden, alleen al de betonplaten zijn veel waard. En als dan iemand begint te piepen, dan wordt het interessant natuurlijk.

Ik had de plastieken al een keer te koop gezet, aangezien ze bij mij in de weg lagen en het maar duurde en duurde voordat ik er echt iets mee kon gaan doen. En toen ging het opeens toch door. Bij het tekenen van het contract stond er in dat ik verantwoordelijk zou zijn voor het onderhoud van het beeld. Het CBK mocht namelijk geen opdrachten meer uitgeven waarbij zij het onderhoud op zich namen. Ook de deelgemeenten mochten geen nieuwe contracten aangaan net voordat zij werden opgeheven. Het is een laatste project dat op deze manier (onderhoud door de gemeente) gerealiseerd is, de nieuwe tijd van het RijkRechts staat het nu niet meer toe.'

 

Hoe is de staat van het kunstwerk nu?

‘De gemeente heeft allerlei labels voor onderhoud, van A t/m D. Een rozenstruikje is A, dan wordt het geknipt, gesnoeid en bijgehouden. Gras is, zeg maar, D. Dat wordt dan zoveel keren per jaar gemaaid en dat is het. Mijn beeld zou A onderhoud hebben. Dat betekent dat het meer aandacht verdient. Randjes netjes afsteken, enzovoort, maar dat gebeurt niet. Net als het gras dat ertussen groeit. Heel veel mensen zitten aan de tafel in het kunstwerk, er wordt veel bier gedronken. Ze hebben nu op de tafel geschreven: wij willen een prullenbak. Maar om een prullenbak neer te zetten, daar zit een kostenplaatje aan. Iemand moet hem ophalen, iemand moet hem legen, dat kost zoveel per jaar; alles is doorgerekend. Net als alle bomen die ze kappen, die kosten namelijk alleen maar onderhoud. Ze kunnen die bomen niet laten staan; als er een tak naar beneden valt op een auto zijn ze verantwoordelijk. Dus zagen ze hem om en zijn ze er de komende 10 jaar vanaf. Bezuiniging. De mensen hier uit de buurt proberen het onderhoud zelf te bemachtigen, want die willen niet dat bomen worden gekapt, het is ook hun uitzicht vanuit hun koophuis, en dat is geld waard. Maar in wijken waar mensen niet zo georganiseerd zijn liggen de bomen plat voordat je het in de gaten hebt.’

 

‘De kwaliteit van de openbare ruimte ziet er nog aardig uit, omdat wat nu gerealiseerd wordt 20 jaar geleden al is gefinancierd: De Markthal, het Centraal Station. Iedereen denkt: het gaat goed met Rotterdam, applaus! Wat nu aan de hand is laat zich pas over 20 jaar zien. Dus dat wordt niet zo vrolijk, vrees ik.’

 

‘Onderdeel van het kunstwerk is een tafel. Naast die tafel staan betonblokjes, als stoelen. Eentje heb ik weggeschoven uit het rijtje. Als plek op afstand, kijkend naar de tafel. Nu heeft men dat blokje los geschoven en teruggeplaatst in dat rijtje. Omdat ze anders te weinig stoelen hadden, of zoiets. Als in: men maakt liever geen zebrapad, want als ze wel een zebrapad maken suggereer je dat het veilig is. Net als bij het groenonderhoud wordt onderhoud van de openbare ruimte steeds moeilijker. Dit wordt meer en meer uitbesteed aan derden. Alles wordt omgezet in een contract omdat de diensten zelf geen uitvoerders meer hebben. Ze moeten een aannemer inhuren om het werk uit te voeren binnen hun budget. Die gaat niks meer teveel doen. Wat er niet in staat gaan ze niet doen, ook al is het een meter ernaast. In die zin is er geen zicht meer op het grotere plaatje’.

 

Men maakt schoon tot 1.60 m.

‘Heel vermoeiend, vroeger was dat anders: toen was beleid en uitvoering onderdeel van dezelfde gemeente en die hadden mensen in dienst die elkaar en het gebied kenden. Die hadden nog een soort eer in hun werk. Maar eer is tegenwoordig een risico, je kan de dingen dan maar beter veilig afbakenen. Dan ben je ook niet verantwoordelijk. Vroeger kon een stratenmaker met trots laten zien: ik heb deze straat gelegd. Nu is niemand daar meer trots op. Het is alleen maar business. Als je kijkt hoe straten tegenwoordig worden gelegd; laat dat hoekje maar want het staat niet in het contract, er komt toch niemand kijken. Een soort armoe ook in dat werk. En dan wordt het een lappendeken van stukjes bestrating en arbeid, opgedeeld in contracten: dan gaat daar weer een meter open en dan daar weer. Je ziet het overal gebeuren. Ik had vroeger altijd een afspraak met de deelgemeente: ik onderhoud zelf mijn kunstwerken en stuur jullie een factuur. Nu gaat dat niet meer, er zitten allerlei partijen tussen. En het nieuwe stadsbestuur is überhaupt niet zo van de kunst en cultuur, die zien daarin geen prioriteit.’

 

Misschien kun je het gebruiken als protest-actie, gerelateerd aan de toestand van de beelden in de rest van de stad?

Ik zou een postercampagne kunnen starten en alle beelden te koop zetten. Allemaal een bordje omhangen, met ‘te koop’. Website erbij, ja dat kan. Interessant. Maar eigenlijk is heel Rotterdam te koop, wat dat betreft. Stadhuis te koop, alles te koop. Het grappige is: als je zoiets neerzet begint niemand te klagen, totdat je het beeld weghaalt. We hadden een keer een brug over een ketelhuis gebouwd. Naar een dijk toe. Er was een bushalte op die dijk. Je moest helemaal omlopen om daar te komen. De directe afstand was 10 meter, het pad echter 2 km. Dus we hadden een brug gemaakt, waardoor je meteen naar die bushalte kon. Het was een tijdelijk project voor 2 jaar. Wel wat kritiek gekregen, want blijkbaar was er een nieuwe vluchtweg ontstaan voor criminelen. Auto’s konden daar niet overheen en dus de politie ook niet. Er waren misschien 5 reacties, maar je hoort zelden de positieve dingen. Totdat je dat ding weghaalt. En dan ineens komt iedereen in opstand.’

 

Zou je weer een dergelijke opdracht doen met ‘weesbeelden’, stel, straks komen heel veel beelden in de stad vrij?

Ja hoor, zeker. Het leuke is: het vertegenwoordigt een bepaalde tijd; iedereen kent ook de Schouwburg. Het was het eerste cultuurpaleis op Zuid. Lange tijd gedraaid op eigen geld. Alle mensen die nu zo rond de 70 jaar zijn, zijn daar allemaal geweest. Mensen hebben daar herinneringen aan. Dat maakt het interessant.’

 

Zie je daarmee dan ook de rol van de kunstenaar veranderen?

‘Met mijn partner geven we het blad BK informatie uit dat onder meer gaat over beeldende kunst in de openbare ruimte, een podium voor openbare opdrachten. Je ziet ook dat dat nu heel erg is veranderd. De opdrachten en selectieprocedure voor openbare opdrachten waren vroeger openbaar: iedereen gelijke kansen en transparant, heel socialistisch in die zin. De kunst was gedemocratiseerd. In die tijd werd er nauw samengewerkt met de gemeente, heel erg open. Nu zie je weer dat de kunstwereld, galeries en musea de macht terugnemen. Als er een opdracht is, kiezen ze een kunstenaar uit die voor hen interessant is, op basis van profiel. Dat wordt niet meer openbaar uitgeschreven. Het gaat over ‘star’-kunstenaars, niet over het ontwerp.

Kamiel_Verschuren-3-Weesbeeld.nl

'Bijvoorbeeld het Centraal Station, wat je daar nou ook van vindt, er is geen open opdracht voor uitgeschreven. Dat hadden ze kunnen doen; een open opdracht voor de hele stad, de hele wereld, iedereen mag een ontwerp maken. Dan had je een heel ander traject gehad en had iedereen een kans gehad op basis van de inhoud. Dan was het ook iets van de stad. Je ziet daardoor dat instituten het nodig hebben om hun positie opnieuw te bepalen door heel exclusief te doen. De statuscultuur wordt steeds groter. Ook toen de cultuurnota de deur uitging en bezuinigingen duidelijk werden, hebben de A-instituten (dat zijn alle directeuren van NAI, Boijmans Van Beuningen, Witte de With) een brief gestuurd aan de gemeente, met een pleidooi om juist te investeren in de A-status van kunst, dat is goed voor de stad. Het lijkt dan ieder voor zich. Juist die instituten hadden moeten strijden voor het totaal aan kunst en cultuur.

Laten we dan gezamenlijk het geld claimen en de humuslaag vergeten, want we hebben er maar een of twee nodig. Je hebt 1000 studenten per jaar; we kiezen er twee uit, de rest is niet van belang. Dat worden dan mogelijk beroemde mensen. Dat zie je overal in terug. De sterrenstatus, The Voice of het Stadsinitiatief. En als jij iemand kiest van de academie en zegt: dat is echt een hele goeie, dan draagt dat ook bij aan jouw positie, jouw status en succes.

Vrijheid in het maken van kunst nu, voor particuliere opdrachtgevers, geeft een soort non-vrijheid. Vroeger werden openbare opdrachten door het CBK gecontroleerd, door brede commissies met daarin verschillende partijen en moest kunst zich verhouden tot bepaalde waarden. Om de openbare ruimte van een kwaliteitsnorm te voorzien. Nu is dat vogelvrij, iedereen werkt in de markt en op eigen gelegenheid. De totstandkoming van kunst in de openbare ruimte is eigenlijk geen openbaar proces meer maar wordt gestuurd door marktwerking en ondernemerschap.

Nederland gaat in die zin op Afrika lijken (naar Westers opgelegd voorbeeld). De openbare ruimte is vooral een economische ruimte die men vooral ‘ge’-bruikt en ‘ver’bruikt voor eigen gewin. De schijn dat je kan doen wat je wil, middels particpatie of eigen verantwoordelijkheid heeft op papier wel een voordeel, hoewel ik van mening ben dat er juist nu meer regelgeving en controle bij komt, nadat de deelgemeenten zijn opgeheven. Juist door de deelgemeenten stonden de ambtenaren dicht bij de mensen, zij woonden zelf in de wijken. Met hen hadden we een afspraak: ‘Als wij (deelgemeentebestuurders, red.) niet worden gebeld kunnen jullie doen wat jullie willen, vanuit die eigen verantwoordelijkheid.’ Dus hebben we van alles kunnen doen zonder de huidige regelgeving. Want zij konden er op vertrouwen dat het goed werd gedaan all inclusive. Omdat je elkaar kende. Die laag is nu weg. Nu is alles weer terug naar de een centraal bestuur aan de Coolsingel. Maar die mensen wonen hier niet, gaan om 17.00 uur naar elders en willen dat het dan geregeld is zodat ze rustig kunnen slapen Dus leggen ze meer regels op zodat dat hun nachtrust verzekerd is. Er is steeds meer regelgeving om de macht te kunnen handhaven, omdat er steeds minder mensen zijn die die macht uitoefenen. Regels worden uniform.

Hebben jullie al zogeheten weesbeelden? Ik heb daar mogelijk wel een depot voor als je wilt. We zijn bezig met een paviljoen aan het water bij de Brielselaan. De kleine voormalige kantine gaan we voor 5 jaar ombouwen tot cultuurrestaurant (zomer) en residentie (winter). Daar zit een vrij groot terrein omheen. Je hebt de bewoners, veelal voormalige AVR-werknemers en de AVR (Afvalverwerking Rijnmond, red.) zelf nog, we zijn allemaal door hekken van elkaar gescheiden. Als je de hekken er nou omheen zet, zitten we met zijn drieën in het midden. We zijn nu aan het onderhandelen om het terrein opnieuw in te richten. Zodat we allemaal binnen één groot hek zitten. Binnen de hekken willen we een alternatieve tuin maken, met de sfeer van een havendepot. Van die kades waar bergen aluminium liggen en dan weer een berg kolen. Een depot van materialen: geen zandbak, maar wel een enorme berg zand. Kinderen maken dat wel plat. Of bijvoorbeeld een bulldozer inzetten waar een straat moet komen; die schuift een berg stenen opzij in een lange baan, dan krijg je een berg stenen aan het einde van het duwen en een stuk aarde waar je iets kunt doen. Grote gebaren. Het kan een depot zijn waar dingen tijdelijk kunnen staan en weer weggaan. Als er straks een collectie beelden vrijkomt kunnen die daar mooi tijdelijk staan. Of dat je er in de loop der tijd een beeldenwerkplaats van maakt. Beelden die rijp zijn voor de sloop verzagen tot nieuwe kunst. Jazeker. Het is een klein begin met het hek, wat we steeds verder kunnen oprekken en daar de wereld uiteindelijk in opnemen.'

 

Buiten of juist in de stad?

'Met het beoogde beeldenpark voor weesbeelden aan het Kleinpolderplein van het Observatorium suggereer je ineens dat beelden vogelvrij zijn. Haal ze maar uit de stad, uit het publieke domein en dan zijn we ervan af. Terwijl de kunstwerken juist zijn gemaakt voor de stad en de wijken. Als socialisatie, democratisering van de kunst. Om kwaliteit toe te voegen aan de openbare ruimte. Door ze naar een verkeersknooppunt te brengen waar niemand komt, degradeer je ze daarmee niet ook? Alle daklozen worden nu al iedere dag gedeporteerd naar de Waalhaven, zodat ze niet zichtbaar zijn voor de stad. Zonder pardon. De overheid heeft ooit besloten dat kunst in de openbare ruimte belangrijk is, iedereen kon er aan deelnemen, misschien een viering van het openbare leven. Het maakte kunst openbaar en voor iedereen toegankelijk: een van de redenen om geen kaartje te hoeven kopen voor het museum. Dat was ooit een proces waarbij socialisering en democratisering van de kunst plaatsvond. Nu doen we alsof dat niet meer nodig is, weg ermee. Is dat goed? Wat betekent dat dan eigenlijk?

 

De betekenis van kunst verandert

'Een designer ontwerpt een kartonnen doos voor daklozen. Toch een gaaf ontwerp? Maar je faciliteert een situatie. De ondernemer wordt rijk omdat hij die de dozen produceert en de dakloze? Top, dan ben je goed bezig. Dan heb je winst uit onderneming, ga je mogelijk op vakantie in de Volvo. Denk ook aan de Spaanse producent van prikkeldraad, die zijn bedrijfsresultaten viert in de sociale media en tegenwoordig goede zaken doet in de Balkan. Dat beeldenpark heeft ook een beetje dat risico. De kritische kant van wat de consequenties zijn van wat je nou eigenlijk doet lijkt onderbelicht te blijven.

De beelden zijn wat ze zijn, maar zeggen ook iets over de samenleving. Dat er waarde wordt gehecht aan collectief eigendom, gemeenschappelijkheid, delen van de openbare ruimte en de viering daarvan. Door dingen neer te zetten die niet gaan over functionaliteit, maar gaan over kwaliteit, emoties. Als die dingen verworden tot een soort outcasts, huislozen, en uit elkaar vallen omdat men deze niet meer wil onderhouden, dan zegt dat heel veel over onze samenleving. Misschien moeten we ze dus niet weghalen. Maar gewoon laten als een soort straatvuil. Het maakt dan heel goed zichtbaar wat er aan de hand is.

Iets dergelijks gebeurt bij het kunstwerk van Anish Kapoor in Versailles: de kunstenaar kiest ervoor om de bekladding met anti-semitische tekens niet te verwijderen, omdat hij nou juist de discussie wil aangaan in plaats van deze weg te poetsen.'

 

 


facebooktwitterfacebooktwitter

Weesbeeld.nl