CHRIS RIPKEN, beeldend kunstenaar in Rotterdam-Noord

Chris_Ripken_City-Art-Rotterdam-WeesbeeldNLIn de Rotterdamse Insulindestraat runt beeldend kunstenaar Chris Ripken zijn atelier en werkruimte in een ruim bemeten pand: City Art Rotterdam, tevens een ontmoetingsplek en podium voor kunst, beeld en geluid. Chris is zeer verbonden met de maatschappij en samenleving en betrekt graag bewoners bij het maken en onderhouden van kunst voor de buitenruimte. Chris werd bekend met zijn kunstwerk Vrijheid van Meningsuiting aan de Heer Bokelweg in 2005 (n.a.v. de moord op Theo van Gogh). Weesbeeld.nl plaatste een foto van dit beeld op Facebook, met de opmerking ‘onbekend’. Met de bedoeling verhalen te winnen over dit kunstwerk en dat gebeurde. Tijdens ons gesprek hield de kunstenaar Chris Ripken een pleidooi voor zijn kunst in de buitenruimte.

WeesLetterNogmaals sorry, Chris.

‘Het monument van meningsvrijheid is gemaakt met een best zware reden en in zware omstandigheden. Het is in opdracht van (voormalig burgemeester) Opstelten en het CBK gemaakt, naar aanleiding van een relletje destijds. Een oermoederfiguur heeft haar hoofd ingetrokken omdat ze zich schaamt. Om haar heen liggen 5 gekleurde hoofden omdat meningsvrijheid altijd in de hele geschiedenis heeft geleid tot moord en doodslag. Nu is vrijheid van meningsuiting weer aan de orde. Jongens uit de buurt hebben meegeholpen tegeltjes te plakken, waarmee het beeld bekleed is. Ik heb het met hen 3 maanden lang over meningsvrijheid gehad en de moord op Theo van Gogh. Een aantal jongeren waren in eerste instantie niet rouwig om de dood van Van Gogh. Het beeld is mede tot stand gekomen door Stichting Humanitas en in samenwerking met de stad gemaakt.’

Monument-meningsvrijheid-weesbeeldnl

De Gemeente Rotterdam is bezig met een categorisering van beelden in de openbare ruimte, van A t/m D, van hoog naar laag.

‘Ik vind het categoriseren van beelden tegenwoordig onbegrijpelijk. Dit is vaker gebeurd in ontsporende maatschappijen, zoals Duitsland en Rusland. Ik maak beelden om juist verloedering tegen te gaan en betrek groepen in de samenleving bij kunst, die in eerste instantie een afkeer hebben van kunst. Vervolgens helpen ze mee aan het maken van kunst; de kunstwerken staan in wijken, ze hebben er plezier van. Het is echt toegepaste kunst die gemaakt is voor verbetering van de buurt: deze wordt veiliger, meer leefbaar en vrolijker, in samenwerking met jong en oud.’

 

Ik neem aan dat als je kunst in de openbare ruimte plaatst je daarvoor een onderhoudscontract met de gemeente sluit?

‘Ik had in het verleden met de deelgemeente een perfecte regeling. Als een soort leer-/werkproject maakten we veel beelden schoon en/of onderhielden we deze. Ik had daar budget voor. De deelgemeentes zijn inmiddels opgeheven. De gemeente heeft daar geen vervangende maatregelen voor genomen. Het kwam een beetje tegelijk met het beleid rondom openbaar groen. Er was toen een nieuw beleid, ‘bosmaaierbeleid’: de opzettelijke verwaarlozing, het wegtrekken van veel Roteb-mensen uit de wijken, het inzetten van mensen met bijstandsuitkeringen die het werk doen van de Roteb-medewerkers. En dan als kroon op dit beleid de classificering van kunst in de publieke ruimte. Ruimbare kunst en eerbare kunst.

Ik werd geconfronteerd met het zogenaamde ruimen van kunst doordat Hofbogen B.V. een vijftal grote schilderingen van mij op hun eigendom heeft weggespoten. De schilderingen waren in opdracht van de deelgemeente Noord gemaakt en altijd onderhouden. Ook dit werk was met bewoners tot stand gekomen. De reden voor het wegspuiten was dat Hofbogen B.V. het monument in oorspronkelijke staat wilde herstellen, gesubsidieerd. Dat betekende dat alles wit moest worden, als dat niet ging gebeuren zou een deel van de subsidiegelden niet worden uitgekeerd. Inmiddels staat er weer graffiti op. Ik heb veel werk in de buitenruimte, dat krijg ik soms als verwijt te horen. Maar ik werk al 30 jaar op deze manier, low-budget; voor woningbouwcoöperaties, particulieren, scholen, ziekenhuizen, gemeenten.’

Chris-aan-het-werk

Foto: Rinus Vuik

Wat is jouw ideaalbeeld?

‘Ik denk dat er nooit teveel kunst in de stad kan staan, dat sowieso. Ten tweede denk ik dat met goede afspraken het onderhoud mogelijk gezien kan worden als leer-werk projecten. Op een positieve manier betrek je jongeren bij kunst in de openbare ruimte. Ik denk dat kunst vrije informatie is als tegenhanger van alle geboden, reclame, hoe je je moet gedragen, wat je moet kopen, wat je mooi moet vinden. De openbare ruimte is onbepaald, want het is eigenlijk van niemand. Zodra je buiten komt, kom je in een soort anoniem terrein. En die anonimiteit leidt er ook toe dat het niet zozeer wordt gewaardeerd; mensen ervaren het als hun eigen ruimte. Als bewoners betrokken worden bij de inrichting van de buitenruimte geeft dat een heel andere beleving van de straat, plein of park. Ik heb veel met jongeren gewerkt die hun oorsprong in andere landen hebben: ze komen naar Nederland, ze groeien op in de straat, de straat is hun identiteit en bijna nationaliteit. Als ze daar dan iets kunnen toevoegen, iets moois waar hun broertjes en zusjes mee kunnen spelen, hun ouders trots van worden, de jongeren niet meer anoniem zijn, ze iets van techniek leren en er eerlijk geld verdiend kan worden, dan werkt dat positief.

Het heeft te maken met waardigheid. Wat ik gemerkt heb is dat als je jongens betrekt bij iets maken in de buitenruimte dat anderen mooi kunnen vinden, dan los je daar meer mee op dan ze drie maanden te interneren wat ook kostbaar is. Het is best wel complex, maar het onderhoud met een emmertje sop, een kwastje, een veger, dat is heel simpel. De signalen die toegepaste kunstwerken in de buitenruimte geven leiden ertoe dat het stadsleven wat lichter, vrolijker, veiliger en minder anoniem is.’

 

Dat je mensen het gevoel kunt geven dat ze ertoe doen.

‘En je brengt mensen ook in aanraking met kunst. Je ziet het in elke beschaving: kunst komt toch bovendrijven, het is een resultaat van: als je genoeg te eten hebt, genoeg te doen, je woont goed, je kunt lezen, schrijven, dan ga je je interesseren voor iets en dan kom je in de kunstsector terecht. Het drijft ergens op, dat is ook een reden om daar naartoe te willen. Als je alleen maar te maken hebt met randvoorwaarden, eten, een dak boven je hoofd, werk, dan ben je gewoon een mier. Als een mier kunst zou maken, dan zou een mier mens zijn. In elke stad zie je dingen die eigenlijk geen nut hebben, maar enkel mooi zijn en inspireren. Kunst in de buitenruimte is een product dat niet te vergelijken is met het werk van een stratenmaker, onderwijzer, dokter, etc. Doet het er toe wat er wordt neergezet? Ik denk dat het nut van kunst in de buitenruimte best wel wat beter kan worden beschreven, niet door de kunstenaar zelf maar bijvoorbeeld ook door een socioloog. Nagaan van de betekenis, voordat je gaat zeggen: we ruimen 70% van de kunst in de stad. En we zetten de Rotterdamse stijl – grijs en vierkant – terug. Wat nu een beetje de tendens is, het heeft ook te maken met politiek.’

Chris-Ripken_Weesbeeldnl

Jij wil graag een beeldenpark in de wijk creëren.

‘Heel veel steden hebben een biënnale; dat je openluchtexposities kunt organiseren en dat mis ik echt in Rotterdam. Qua architectuur, theater en dans staat Rotterdam hoog op de kaart. De Hofbogen zou een mooie plek zijn om op het spoor kunst te tonen.

Iets typisch Rotterdams: er worden enorme masterplannen gemaakt, waar heel veel geld aan wordt gespendeerd. Ik geloof dat bij de Hofbogen ook 60% van de gelden is geïnvesteerd in plannenmakerij.’

 

Zouden kunstenaars een rol kunnen spelen in de veranderende maatschappij?

‘Kunst heeft in het verleden en nu ook altijd een bepaalde rol gespeeld in de verandering van de maatschappij. Het voedt de verbeelding, het stimuleert fantasie. Kunst in de buitenruimte geeft identiteit, maakt mensen trots, trekt nieuwe mensen aan, relativeert doctrines. Want wat doen dictaturen? Het eerste wat men weghaalt is kunst. Omdat het aanzet tot reflectie.’

 

Werk je nu nog aan een kunstproject in samenwerking met bewoners?

‘Ik heb 30 jaar met jongeren in de buitenruimte van Noord gewerkt, de buurt is in orde nu. Ik ga me richten op dit gebouw (City Art Rotterdam, red), dat ik opgericht heb en dat nu een succes begint te worden; een podium voor beeld en geluid, een grote galerie, diverse zalen waar je kunt exposeren en optreden. Er ontstaan samenwerkingsverbanden met artiesten en kunstenaars uit binnen- en buitenland.

De jongens uit de buurt komen nog regelmatig langs, zij helpen met muren zetten, witten, inrichten van exposities. Ze komen nu op een heel andere manier. Het zijn geen lastpakken meer, maar jeugdige vrienden, geïnteresseerd in wat hier gebeurt. Dat is heel prettig.’

‘Het is goed als je de verantwoordelijkheid krijgt over iets in de buitenruimte. Ik juich het heel erg toe dat er nu echt actie wordt ondernomen en de mogelijkheden van onderhoud onderzocht worden.’

‘Als je in een straat woont en er staat een leuk ding, het wordt verveloos, er wordt een vuurtje bij gestookt, het wordt een soort openbaar urinoir, heel snel keldert het dan naar een situatie die je niet wil. Gaandeweg krijg je een soort decorumverlies van de stad. En dan krijg je gedrag dat niet wenselijk is.

Ik ben begonnen te werken in de buitenruimte uit noodzaak: geen atelier, maar werk in overvloed. Ik kwam hier in de jaren ‘80 terug in Rotterdam, in een wijk waar stadsvernieuwing gaande was. Dat betekende dat huizen werden dichtgetimmerd. Maar er woonden nog mensen tussen, kinderen, ouden-van-dagen. De zwakste groep van de samenleving bleef het langst. Het werd donker, er kwamen ratten, junks. Gaandeweg zag je het verval opdoemen. Toen ben ik begonnen met het opschilderen van de buitenruimte, plantenbakken herstellen, ik ging plantjes halen met jochies uit de straat. Er waren gemeentelijke instanties die meewerkten. Gaandeweg is dat ook verloren geraakt. Vroeger had je wijkopbouwploegen, die kon je bellen en dan werd er iets gerepareerd. Maar nu werkt men met bonnen en opdrachten. De betrokkenheid bij de stad is voor heel veel mensen verdwenen, ridiculiteiten, bonnetjesbeleid, verantwoordelijkheden. Vertrouwen is wat je nodig hebt in een stad.

Ik vind het vreemd dat er een verzamelgebouw voor kunst wordt gebouwd dat heel veel geld kost. En dat met kunst in de buitenruimte het tegenovergestelde gebeurt, die ruimte is het grootste depot dat er al is.’

 

 


facebooktwitterfacebooktwitter

Weesbeeld.nl