Futurum

Een brief van Ossip Zadkine

… van het station af strekte zich een onmetelijke woestenij uit, zover de blik reikte. Plassen vuil, bedorven en groenachtig water wisselden met vlakten, waar kwaadaardige, naamloze kruiden zich plooiden in de wind. Het was alsof mij een film ontrold werd, een verbijsterende film over de morgen na de ramp, die mijn eigen nood van die zes jaar had doen vergeten. Een zwart geblakerde en opengescheurde kerk rees daar omhoog als de kies van een voorhistorisch dier, door een vulkaan uitgespuwd. Wat ik zag zou men niet meer met rust laten. Ik praatte er voortdurend over, alsof ik zelf aan deze grote vernietiging was ontkomen…

(Ossipe Zadkine, voorjaar ’51, over de wordingsgeschiedenis van zijn beeld ‘De verwoeste stad’.)